ECLI:NL:GHSGR:2010:BN0777
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Nievelt
- De Haan-Boerdijk
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ontheffing ouderlijk gezag vader over vier minderjarigen
In deze zaak staat de ontheffing van het ouderlijk gezag van de vader over vier minderjarige kinderen centraal. De vader verzet zich tegen de ontheffing, terwijl de moeder zich niet tegen de maatregel heeft verzet. Het hof stelt vast dat zowel terugkeer naar de vader als naar de moeder niet mogelijk is, mede vanwege het frequente verblijf van de vader in het buitenland en de pedagogische beperkingen van de ouders.
De kinderen hebben behoefte aan een stabiele en voorspelbare opvoedingssituatie, waarin rekening wordt gehouden met hun sociaal-emotionele kwetsbaarheid. De vader heeft in het verleden afspraken niet nagekomen, zijn financiële verantwoordelijkheden niet gedragen en de communicatie met betrokken gezinsvoogden bemoeilijkt. Dit heeft geleid tot onrust en belemmeringen in het nemen van beslissingen en het organiseren van bezoekregelingen.
Het hof oordeelt dat de eerder getroffen maatregelen zoals ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing onvoldoende zijn om de dreiging voor de kinderen af te wenden. De vader heeft het verzoek tot niet-ontvankelijkheid van de Raad voor de Kinderbescherming afgewezen gekregen. Het hof concludeert dat de ontheffing van het gezag noodzakelijk is en dat de belangen van de kinderen zwaarder wegen dan het belang van de vader bij het uitoefenen van het gezag, ook gelet op artikel 8 EVRM Pro.
De bestreden beschikking van de rechtbank Rotterdam wordt daarom bekrachtigd. De voogdij blijft berusten bij de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, die zorg draagt voor de kinderen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontheffing van het ouderlijk gezag van de vader over de vier minderjarige kinderen.