ECLI:NL:GHSGR:2010:BN0691
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van de Poll
- Van Nievelt
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarige ondanks verbeteringen thuissituatie
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die haar nog ongeboren kind onder toezicht stelde van Jeugdzorg. De ondertoezichtstelling was ingesteld vanwege ernstige zorgen over de opvoeding en veiligheid, mede voortkomend uit de spoeduithuisplaatsing van haar drie andere kinderen wegens onhygiënische en onveilige omstandigheden.
In het hoger beroep betoogt de moeder dat zij tijdens haar zwangerschap goed voor het kind heeft gezorgd, dat de minderjarige zich goed ontwikkelt en dat er geen noodzaak is voor voortzetting van de ondertoezichtstelling. Het hof erkent positieve ontwikkelingen zoals een verbeterde hygiëne in de woning, goede ontwikkeling van het kind en betrokkenheid van beide ouders.
Desondanks concludeert het hof dat de geestelijke belangen en gezondheid van de minderjarige nog onvoldoende zijn gewaarborgd. De moeder ontkent de noodzaak van hulpverlening en lijkt onvoldoende realistisch over haar eigen rol, waardoor vrijwillige medewerking aan hulpverlening onzeker is. De ondertoezichtstelling blijft noodzakelijk om toezicht te houden op de opvoeding en een stabiele, veilige woonomgeving te waarborgen.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het beroep van de moeder af. De ondertoezichtstelling blijft van kracht tot het kind veilig en gezond kan opgroeien zonder toezicht.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt bekrachtigd en blijft van kracht.