ECLI:NL:GHSGR:2010:BN0195
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- H. Husson
- M. De Haan-Boerdijk
- J. Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezamenlijke uitoefening ouderlijk gezag en omgangsregeling na echtscheiding
De moeder kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin haar verzoek tot wijziging van het gezamenlijk ouderlijk gezag over haar twee minderjarige kinderen werd afgewezen. Tevens was er een omgangsregeling vastgesteld waarbij de vader de kinderen mocht zien tijdens zijn verblijf in Nederland.
De moeder stelde dat voortzetting van het gezamenlijk gezag niet in het belang van de minderjarigen was vanwege communicatieproblemen en de vrees dat de vader de kinderen naar Irak zou ontvoeren. De vader betwistte dit en benadrukte zijn bereikbaarheid en bereidheid tot bemiddeling.
Het hof oordeelde dat er onvoldoende bewijs was voor een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem zouden raken tussen de ouders. De moeder had niet aannemelijk gemaakt dat de vader haar in de uitoefening van het gezag belemmert. De omgangsregeling werd door de moeder ingetrokken en het verzoek tot eenhoofdig gezag werd afgewezen.
Het hof bekrachtigde daarmee de bestreden beschikking en bevestigde het gezamenlijk gezag en de omgangsregeling, waarbij de vader de kinderen maximaal twee keer per jaar mag zien met overnachtingen tijdens zijn verblijf in Nederland.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot eenhoofdig gezag af en bevestigt het gezamenlijk gezag en de omgangsregeling.