ECLI:NL:GHSGR:2010:BM8508
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid kosten juridische bijstand bij inkomstenbelasting 2004
Belanghebbende, werkzaam bij een hogeschool tot september 2004, maakte kosten van € 6.881 voor juridische bijstand bij zijn ontslagprocedure. Deze kosten werden niet door de werkgever vergoed en hij bracht ze in aftrek als negatief loon in zijn aangifte inkomstenbelasting 2004. De Inspecteur weigerde deze aftrek en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat er sprake was van ongelijke fiscale behandeling, omdat kosten van juridische bijstand onbelast door werkgevers kunnen worden vergoed, maar niet aftrekbaar zijn in de inkomstenbelasting. Hij beriep zich op het gelijkheidsbeginsel uit het IVBPR en EVRM. Het Hof oordeelde dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat er een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat voor de asymmetrische fiscale behandeling.
Het Hof stelde vast dat het bedrag geen negatief loon vormt en dat de afschaffing van de aftrek van arbeidskosten in de Wet IB 2001 een bewuste beleidskeuze is, mede ingegeven door uitvoeringsproblemen en het voorkomen van lastendrukverzwaring. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, maar het Hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten wegens het niet uitnodigen van belanghebbende voor de rechtbankzitting.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de kosten van juridische bijstand zijn niet aftrekbaar.