ECLI:NL:GHSGR:2010:BM8430
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- I.E. de Vries
- C.G.M. van Rijnberk
- T.J.P. van Os van den Abeelen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor verkoop en verstrekking van cocaïne in Amsterdam
De verdachte werd beschuldigd van het meermalen verkopen en verstrekken van cocaïne in Amsterdam tussen 2003 en 2006, zowel alleen als in vereniging met anderen. In eerste aanleg werd hij vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie en veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voor het verkopen van cocaïne. In hoger beroep vernietigde het hof deze straf en veroordeelde de verdachte tot zes maanden gevangenisstraf.
Het bewijs bestond uit observaties door opsporingsambtenaren, camerabeelden, verklaringen van getuigen en verdachten, en forensisch onderzoek waaruit cocaïne werd aangetroffen. De verklaringen van getuigen en observaties werden door het hof als betrouwbaar beoordeeld, ondanks betwisting door de verdediging.
Het hof oordeelde dat de verdachte opzettelijk handelde in strijd met de Opiumwet door cocaïne te verkopen en verstrekken. Gezien de ernst van de feiten, de schadelijkheid van cocaïne voor de volksgezondheid en de eerdere veroordelingen van de verdachte voor harddrugsdelicten, achtte het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden passend.
De tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht, werd in mindering gebracht op de straf. Het hof sprak de verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf voor het meermalen verkopen en verstrekken van cocaïne.