ECLI:NL:GHSGR:2010:BM7630
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.C. Fasseur-van Santen
- W.A.J. van Lierop
- T.H. Tanja-van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geldigheid arbitrageovereenkomst en toepasselijkheid HBN-voorwaarden tussen partijen
In deze civiele procedure staat centraal of tussen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (B.V.) en de geïntimeerde een geldige overeenkomst tot arbitrage is gesloten, en of de HBN-voorwaarden van toepassing zijn. Het hof verwijst naar eerdere tussenarresten en beoordeelt of de B.V. partij is geworden bij de overeenkomst en gebonden is aan de algemene voorwaarden.
De B.V. heeft getracht tegenbewijs te leveren door middel van getuigenverklaringen, maar het hof acht deze onvoldoende overtuigend. De verklaringen van de getuigen werden deels als onbetrouwbaar beoordeeld vanwege het tijdsverloop en inconsistenties. De verklaringen van de geïntimeerde en een voormalig directeur worden als geloofwaardiger beschouwd, mede ondersteund door overgelegde correspondentie.
Het hof oordeelt dat de B.V. ten tijde van het sluiten van de overeenkomst kwalificeerde als een onderneming in de zin van artikel 6:235 lid 1 sub b BW Pro, waardoor het niet ter hand stellen van de algemene voorwaarden geen vernietigingsgrond oplevert. De grieven van de B.V. falen en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, veroordeelt de B.V. in de kosten van het hoger beroep en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot vernietiging van de arbitrale vonnissen af.