ECLI:NL:GHSGR:2010:BM7619
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot zekerheidstelling wegens ontbreken rechtsgrond en gelijkheidsbeginsel schuldeisers
Appellant, een rentenier met een bescheiden vermogen, vorderde in kort geding zekerheidstelling van Fortis Bank NL ter waarborging van zijn vorderingen uit een bodemprocedure. Hij vreesde dat Fortis Bank NL als 'bad bank' zou achterblijven met verliesgevende activiteiten, waardoor verhaal op haar vermogen onmogelijk zou zijn.
De voorzieningenrechter wees de vordering af en dit vonnis werd bekrachtigd door het hof. Het hof oordeelde dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor de gevorderde zekerheidstelling, noch uit de overeenkomst tussen partijen, noch uit de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid. Tevens werd benadrukt dat het beginsel van gelijkheid van schuldeisers zich verzet tegen een dergelijke zekerheidstelling die een voorrang creëert.
Appellant stelde ook een minder ingrijpende maatregel voor, namelijk het storten van het bedrag op een derdenrekening of kwaliteitsrekening. Het hof concludeerde dat ook deze constructie de gelijkheid van schuldeisers doorbreekt en daarom niet toelaatbaar is. Het beroep op een onrechtmatige daad faalde eveneens omdat geen verplichting tot zekerheidstelling bestaat.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende spoedeisend belang had en dat de bodemprocedure spoedig tot een eindarrest zou leiden. De vorderingen werden daarom afgewezen en appellant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot zekerheidstelling door Fortis Bank NL afgewezen wegens ontbreken rechtsgrond en schending gelijkheidsbeginsel schuldeisers