ECLI:NL:GHSGR:2010:BM6486
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over het ondernemerschap en verliesverrekening in inkomstenbelasting 2004
Belanghebbende was in 2004 ingeschreven als ondernemer met een eenmanszaak, terwijl haar broer een onderneming dreef die feitelijk voor zijn rekening en risico werd gevoerd. Belanghebbende gaf een verlies aan, maar de Inspecteur corrigeerde dit en stelde dat zij geen onderneming dreef.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat zij zelfstandig een onderneming dreef en wees haar beroep toe door de aanslag te verminderen. Het hof heeft het hoger beroep van belanghebbende behandeld en geoordeeld dat er onvoldoende bewijs is dat zij de onderneming feitelijk dreef of dat haar broer dit voor haar rekening deed.
Het hof concludeert dat de lening die werd aangevoerd als schuld van belanghebbende in werkelijkheid ter financiering van de broer’s onderneming diende. Hierdoor is het ondernemersrisico niet aan belanghebbende toe te rekenen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.