ECLI:NL:GHSGR:2010:BM5844
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- J.W. van Rijkom
- R.C. Schlingemann
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontslag en loonvordering werknemer scheepskok
De werknemer, werkzaam als scheepskok bij IPS, verliet op 25 september 2003 voortijdig het hefeiland Vagant, waarop IPS dit als ontslag door de werknemer interpreteerde en de arbeidsovereenkomst per direct beëindigde. De werknemer betwistte dit en vorderde loonbetaling vanaf die datum.
De kantonrechter wees de vorderingen af, waarna de werknemer in hoger beroep ging en zijn eis vermeerderde met een verklaring voor recht dat de arbeidsovereenkomst per 21 augustus 2001 voor onbepaalde tijd was geworden en betaling van achterstallig loon.
Het hof bevestigde dat de arbeidsovereenkomst onbepaalde tijd was geworden en oordeelde dat IPS bewijs moet leveren dat het vertrek van de werknemer als een duidelijke en ondubbelzinnige ontslagverklaring kan worden gezien. Het hof stelde getuigenverhoren in en hield verdere beslissing aan, waarbij ook de verjaring en matiging van loonvordering aan de orde komen.
Uitkomst: Het hof laat bewijs toe over de ontslagvraag en houdt verdere beslissing aan.