ECLI:NL:GHSGR:2010:BM5713

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
25 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.055.545-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 186 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in hoger beroep kort geding over koopovereenkomst schip

In een kort geding tussen Aymara Maritiem B.V. en Boriebasse Management Investment Group B.V. stond de vraag centraal of een koopovereenkomst met betrekking tot een lemsteraak was ontbonden of dat partijen nadere afspraken hadden gemaakt. De voorzieningenrechter oordeelde voorshands dat de overeenkomst was ontbonden.

Aymara ging in hoger beroep tegen dit vonnis. Tijdens dit hoger beroep verzocht Aymara om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten, met het oog op zowel het hoger beroep als de nog te starten bodemprocedure. Boriebasse verzette zich hiertegen.

Het hof overwoog dat het horen van getuigen in een kort gedingprocedure, ook in hoger beroep, in de regel niet past en dat het verzoek om een voorlopig getuigenverhoor in deze context strijdig is met de goede procesorde. Daarnaast is het hof van oordeel dat het voorlopig getuigenverhoor in de bodemprocedure bij de rechtbank kan plaatsvinden, de meest geëigende instantie.

Gezien deze overwegingen wees het hof het verzoek af en veroordeelde Aymara in de proceskosten. De beslissing werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 25 mei 2010.

Uitkomst: Verzoek voorlopig getuigenverhoor in hoger beroep kort geding wordt afgewezen en verzoeker wordt veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector handel
Zaaknummer : 200.055.545/01
beschikking van de negende civiele kamer d.d. 25 mei 2010
inzake
Aymara Maritiem B.V.
gevestigd te Lelystad,
verzoekster,
hierna te noemen: Aymara,
advocaat: mr. L.Ph.J. baron van Utenhove te 's-Gravenhage,
tegen
Boriebasse Management Investment Group B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verweerster,
hierna te noemen: Boriebasse,
advocaat: mr. J. du Bois te Amsterdam.
Het geding
Bij op 29 januari 2010 bij het hof ingekomen verzoekschrift heeft Aymara op de daarin aange¬voerde gronden verzocht een voorlopig getuigenverhoor te bevelen.
Boriebasse heeft bij op 17 maart 2010 bij het hof ingekomen verweerschrift wegens de daarin aangevoerde redenen verzocht het verzoek af te wijzen.
Op 26 maart 2010 is de zaak mondeling behandeld; daarbij hebben partijen hun standpunten doen toelichten, Aymara door mr. G.M. Veldt, advocaat te Rotterdam, die pleitnotities heeft overgelegd, Boriebasse door mr. Du Bois voormeld.
Beoordeling
1. In een tussen partijen gevoerd kort geding heeft de Voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage op 21 juli 2009 vonnis gewezen (zaaknummer 337802 / KG ZA 09-634). In de kern ging het daarbij om de vraag of de tussen partijen gesloten koopovereenkomst met betrekking tot een schip (een lemsteraak) was ontbonden dan wel dat partijen nadere afspraken hebben gemaakt. De Voorzieningenrechter heeft - voorshands oordelend - de laatstgenoemde vraag ontkennend en de eerstgenoemde vraag bevestigend beantwoord.
2. Van voormelde kort geding uitspraak is Aymara bij dit hof in hoger beroep gekomen. Deze zaak (zaaknummer 200.043.387) staat thans voor memorie van grieven op de rol van 7 december 2010. Tegen Boriebasse is verstek verleend.
3. Het onderhavige verzoek is bij het hof ingediend, met als reden - kort gezegd - dat het voor de bodemzaak en het hoger beroep van voormeld kort geding vonnis (waaronder het opstellen van de memorie van grieven) wenselijk is dat getuigen worden gehoord.
4. Het hof overweegt als volgt. Op zich is het hof ingevolge art. 186 lid 1 Rv Pro bevoegd om van het onderhavige verzoek kennis te nemen en om dit toe te wijzen. Het hof is echter van oordeel dat er in dit geval sprake is van strijd met de goede procesorde dan wel door het hof als zwaarwichtig aangemerkt bezwaar waarop het verzoek moet afstuiten, dit in verband met het volgende.
- Het betreft hier een verzoek in het kader van het hoger beroep van een kort geding vonnis. Net als in eerste aanleg van een kort geding geldt ook in het hoger beroep daarvan dat een dergelijke procedure zich in het algemeen niet leent voor het horen van getuigen. Toewijzing van het verzoek in het kader van een dergelijke procedure zou feitelijk voormeld uitgangspunt (in het algemeen) doorkruisen.
- Het verzoek ziet op zowel de procedure in hoger beroep van het kort geding vonnis als de - nog niet aangevangen - bodemprocedure (zie hierboven sub 3.). Niet valt in te zien waarom het voorlopig getuigenverhoor niet "gewoon" bij de rechtbank - de daartoe meest geëigende instantie - kan plaatsvinden.
- Naar het oordeel van het hof is hetgeen Aymara aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd onvoldoende om in dit geval een uitzondering op voormelde - in algemene zin bedoelde - benadering te maken.
- Hetgeen hierboven is overwogen geldt eens te meer wanneer ook hetgeen hierboven sub 2. vermelde daarbij in aanmerking wordt genomen.
- Een en ander leidt er - in onderlinge samenhang bezien - dan ook toe dat het verzoek door het hof als strijdig met een goede procesorde, dan wel als afstuitend op een door het hof als zwaarwichtig aangemerkt bezwaar, geoordeeld.
5. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen. Daarbij past het om Aymara te veroordelen in de kosten van deze procedure.
Beslissing
Het hof:
- wijst het verzoek af;
- veroordeelt Aymara in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Aymara begroot op nihil aan verschotten en € 1.788,= aan salaris advocaat;
- verklaart voormelde kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.H. van Coeverden, S.W. Kuip en C.T.M Luijks en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 mei 2010 in aanwezigheid van de griffier.