ECLI:NL:GHSGR:2010:BM4404
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.M. le Clercq-Meijer
- G.P.A. Aler
- A.C. 't Hart
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bezit imitatiewapens
Verdachte werd beschuldigd van het bezit van diverse imitatiewapens die volgens het openbaar ministerie een sprekende gelijkenis vertoonden met vuurwapens en daardoor geschikt waren voor bedreiging of afdreiging. In eerste aanleg werd verdachte schuldig verklaard zonder strafoplegging. In hoger beroep stelde de verdediging dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege ernstige procesrechtelijke inbreuken, omdat de inbeslaggenomen speelgoedwapens waren vernietigd, waardoor de rechter zich geen eigen oordeel kon vormen.
Het hof oordeelde dat ondanks de vernietiging van de voorwerpen, het dossier voldoende beschrijvingen en kleurenfoto's bevatte, zodat geen sprake was van een ernstige schending van de procesorde die niet-ontvankelijkheid rechtvaardigde. Het hof verwierp dit verweer.
Echter, het hof vond dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de voorwerpen voldeden aan de wettelijke criteria van verboden wapens. De afmetingen van de speelgoedwapens kwamen niet geheel overeen met bestaande vuurwapens en de verdediging betwistte met stelligheid dat sprake was van een sprekende gelijkenis. Daarom sprak het hof verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van bezit van imitatiewapens.