ECLI:NL:GHSGR:2010:BM4206
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aftrek medische kosten voor zorgafhankelijke ouder in inkomstenbelasting
Belanghebbende, werkzaam in loondienst en met een eenmanszaak, woonde in 2004 samen met zijn vader die een hartaanval kreeg en een openhartoperatie onderging. De medische kosten van €21.500 werden door belanghebbende betaald en deels als aftrekpost opgevoerd in de aangifte inkomstenbelasting 2004.
De Inspecteur weigerde deze aftrek grotendeels te erkennen, wat leidde tot bezwaar, beroep bij de rechtbank en vervolgens hoger beroep bij het Hof. Het geschil betrof de vraag of de vader als zorgafhankelijk kon worden beschouwd volgens artikel 6.16 Wet IB 2001 en het Uitvoeringsbesluit, ondanks de relatief korte duur van de zorgbehoefte.
Het Hof stelde vast dat de vader zonder de inwonende zorg aangewezen zou zijn geweest op professionele hulp en dat de wet niet vereist dat de zorgbehoefte duurzaam moet zijn. De omzet van de vader tijdens de herstelperiode deed hieraan niet af. Het Hof verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde eerdere uitspraken, en stelde de aanslag vast op een lager belastbaar inkomen. Tevens veroordeelde het Hof de Inspecteur in proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het Hof heeft het hoger beroep gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van €24.932, waarbij de aftrek van medische kosten voor de vader werd toegestaan.