ECLI:NL:GHSGR:2010:BM3988
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Van Leuven
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ontheffing ouderlijk gezag moeder over minderjarige na langdurige uithuisplaatsing
De moeder is ontheven van het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind, dat sinds 1997 in een pleeggezin verblijft. De moeder betwistte dit en verzocht om een contra-expertise naar de hechting tussen haar en het kind, maar dit verzoek werd gemotiveerd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en het belang van het kind.
Het hof overweegt dat de moeder onvoldoende in staat is om de verzorging en opvoeding van de minderjarige op zich te nemen. De raad voor de kinderbescherming acht de moeder ongeschikt en onmachtig vanwege haar beperkingen, gebrek aan realiteitsbesef en onvoldoende ouderlijke verantwoordelijkheid. De minderjarige is sinds jonge leeftijd geplaatst in een pleeggezin waar hij gehecht is en voorspoedig opgroeit.
De moeder verzet zich tegen de uithuisplaatsing en de bezoekregeling, wat onrust veroorzaakt bij de minderjarige. Het hof stelt dat de belangen van het kind bij continuering van de huidige opvoedingssituatie en het hechtingsproces zwaarder wegen dan het recht van de moeder op gezag. De ontheffing van het gezag wordt daarom bekrachtigd.
De zaak is behandeld in hoger beroep, waarbij de moeder, de raad, Jeugdzorg en pleegouders zijn gehoord. De beschikking van de rechtbank die de ontheffing uitspreekt en Jeugdzorg tot voogd benoemt, wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontheffing van het ouderlijk gezag van de moeder over de minderjarige en wijst het verzoek om contra-expertise af.