ECLI:NL:GHSGR:2010:BM3865

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
14 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.043.310
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Labohm
  • Pannekoek-Dubois
  • Ydema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake kinderalimentatie en draagkracht man

De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die de kinderalimentatie voor hun minderjarige kind op nihil heeft gesteld. De man had een verzoek ingediend tot wijziging van de alimentatie vanwege vermeende gewijzigde omstandigheden, waaronder een schuld bij zijn voormalige werkgever.

De vrouw betoogde dat de draagkracht van de man voldoende was om de oorspronkelijke alimentatie van €250 per maand te blijven betalen en dat de rechtbank ten onrechte rekening had gehouden met bepaalde lasten zoals woonlasten, eigen risico ziektekosten, schulden en advocaatkosten. De man stelde dat hij geen draagkracht had en dat de schuld noodzakelijk was voor medische kosten en een reis.

Het hof oordeelde dat het inkomen van de man sinds 2008 gelijk was aan dat van 2006 en dat de schuld onvoldoende was onderbouwd en niet als wijziging van omstandigheden kon worden aangemerkt. De overige lasten werden niet als wijziging van omstandigheden beschouwd. Daarom werd het verzoek van de man afgewezen en de beschikking van de rechtbank vernietigd.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man tot wijziging van de kinderalimentatie af en vernietigt de bestreden beschikking.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Familiesector
Uitspraak : 14 april 2010
Zaaknummer : 200.043.310.01
Rekestnr. rechtbank : F1 RK 09-393
[appellant],
wonende[adres],
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. S.C. Dikkers te Vlaardingen,
tegen
[geintimeerde],
wonende te [adres],
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. M.A. Oosterveen te Rotterdam.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De vrouw is op 3 september 2009 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 12 juni 2009 van de rechtbank Rotterdam.
De man heeft op 9 februari 2010 een verweerschrift ingediend.
Van de zijde van de vrouw zijn bij het hof op 29 december 2009 en op 5 maart 2010 aanvullende stukken ingekomen.
Op 12 maart 2010 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de advocaat van de vrouw en de man, bijgestaan door zijn advocaat. Tevens is ten behoeve van de man verschenen de heer K. Efe, beëdigd tolk in de Turkse taal. De vrouw is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De aanwezigen hebben het woord gevoerd.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.
Bij die beschikking is – uitvoerbaar bij voorraad – de beschikking van 2 juni 2006 gewijzigd, in die zin, dat de daarbij aan de man opgelegde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [minderjarige], geboren [in] 2004 te [geboorteplaats], hierna te noemen: de minderjarige, met ingang van 1 maart 2009 op nihil is gesteld.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. In geschil is de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding (hierna: kinderalimentatie) van de minderjarige.
2. De vrouw verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw beschikkende te bepalen dat de destijds door de rechtbank op 2 juni 2006 vastgestelde kinderalimentatie niet wordt gewijzigd.
3. De man bestrijdt het beroep en verzoekt het hof het verzoek van de vrouw af te wijzen.
4. De vrouw stelt zich op het standpunt dat de rechtbank de kinderalimentatie ten onrechte op nihil heeft bepaald. Zij is van mening dat de draagkracht van de man wel degelijk de door de rechtbank bij de bestreden beschikking vastgestelde kinderalimentatie van € 250,- per maand toelaat. De vrouw voert daartoe aan dat bij de bepaling van de draagkracht van de man ten onrechte rekening is gehouden met woonlasten van € 450,- per maand, het bedrag van het eigen risico van de ziektekostenverzekering, de aflossing van de schulden bij [bedrijf] en [persoon] en de advocaatkosten.
5. De man heeft het beroep van de vrouw gemotiveerd betwist en zich op het standpunt gesteld dat hij geen draagkracht heeft enige kinderalimentatie te betalen.
6. Op basis van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting overweegt het hof als volgt. De man heeft in eerste aanleg zijn wijzigingsverzoek gebaseerd op een door hem ingestelde vermindering van zijn inkomen. Gebleken is echter dat zijn inkomen, na enige fluctuaties, vanaf 2008 gelijk is aan zijn inkomen in 2006. Ter terechtzitting is het hof gebleken dat de door de man gestelde wijziging van omstandigheden slechts is gelegen in de door hem aangegane schuld bij zijn voormalige werkgever [bedrijf]. De vrouw betwist de hoogte van deze schuld en stelt dat deze niet ten laste van de kinderalimentatie dient te komen. De man voert aan dat de lening, die na 2006 is ontstaan, niet enkel is aangegaan om zijn reis naar Turkije te bekostigen, maar ook om de operatie van zijn moeder te betalen. Hoewel het hof van oordeel is dat het bezoek van de man aan Turkije begrijpelijk is, acht het hof de noodzaak van de schuld en de omvang van de schuld onvoldoende onderbouwd. Gelet hierop en gezien de hoge prioriteit van de kinderalimentatie zal het hof geen rekening houden met deze schuld.
7. De overige door de man gestelde lasten behoeven geen nadere bespreking, nu deze niet als wijziging van omstandigheden zijn aangevoerd.
8. Mitsdien wordt als volgt beslist.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
vernietigt de bestreden beschikking, en opnieuw beschikkende:
wijst het inleidende verzoek van de man alsnog af;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Labohm, Pannekoek-Dubois en Ydema bijgestaan door mr. Pol als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2010.