ECLI:NL:GHSGR:2010:BM3477
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- A.V. van den Berg
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- T.H. Tanja-van den Broek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling exclusiviteit en provisierechten in agentuurovereenkomst tussen Nederlandse en Turkse partijen
Partijen sloten in 2002 een overeenkomst waarbij Inser als handelsagent exclusief producten van [geïntimeerde] op de Turkse markt zou vertegenwoordigen. In 2005 werd een vergelijkbare overeenkomst gesloten met enkele aanpassingen.
Inser vorderde betaling van een groot bedrag aan commissie, gebaseerd op een agreement uit 2008 waarvan de authenticiteit werd betwist. De voorzieningenrechter kende slechts een klein bedrag toe.
In hoger beroep stelde Inser dat de overeenkomst als agentuurovereenkomst moest worden uitgelegd volgens de Haviltex-norm, met exclusiviteit en recht op provisie. Het hof oordeelde dat de Haviltex-norm toepasselijk is, maar dat er onvoldoende bewijs is dat Inser recht heeft op de gevorderde provisiebedragen. Ook werd de authenticiteit van de agreement betwist en kon niet worden vastgesteld dat deze geldig was ondertekend.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en bepaalde dat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van Inser af; elke partij draagt haar eigen kosten.