ECLI:NL:GHSGR:2010:BM2984
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Borgesius
- D.J.C. van den Broek
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage waarin de veroordeelde was veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift, oplichting en deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €75.000 en de veroordeelde verplicht tot betaling van dit bedrag aan de Staat.
Het hof heeft het vonnis vernietigd omdat het zich niet kon verenigen met de vaststelling van het bedrag. Op basis van het bewijs en het rapport van de regiopolitie Hollands Midden stelde het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €39.814,16, maar vanwege overschrijding van de redelijke termijn werd dit bedrag verminderd tot €33.000.
De verdediging betwistte deels de hoogte van het voordeel, met name ten aanzien van twee zaaksdossiers, maar het hof verwierp deze bezwaren op grond van onvoldoende onderbouwing. Ook het verweer dat de veroordeelde niet draagkrachtig zou zijn om te betalen werd verworpen. Het hof legde daarom de betalingsverplichting van €33.000 aan de veroordeelde op.
Het arrest is gewezen door mr. J. Borgesius, mr. D.J.C. van den Broek en mr. M.A. van der Ham en uitgesproken op 19 maart 2010.
Uitkomst: Het hof legt de veroordeelde de verplichting op om €33.000 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.