ECLI:NL:GHSGR:2010:BM2968
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.K. Welbedacht
- S. van Dissel
- T.E. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens schending recht op tijdige rechtsbijstand en onvoldoende bewijs wederrechtelijke vrijheidsberoving en ongewenst vreemdeling
De verdachte werd verdacht van wederrechtelijke vrijheidsberoving van een persoon in een woning te Rotterdam en van verblijf als ongewenst vreemdeling. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf.
In hoger beroep stelde de verdediging dat de verklaringen van de verdachte uitgesloten moesten worden wegens het niet voorafgaand kunnen raadplegen van een advocaat (Salduz-verweer). Het hof oordeelde dat de verdachte inderdaad niet tijdig rechtsbijstand had gekregen, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro en artikel 40 Sv Pro betekende.
Door het uitsluiten van de eerste verklaring was er onvoldoende bewijs om de verdachte te veroordelen voor de wederrechtelijke vrijheidsberoving. Ook het feit dat de verdachte wist dat hij Nederland moest verlaten, was onvoldoende om te bewijzen dat hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens schending recht op tijdige rechtsbijstand en onvoldoende bewijs.