ECLI:NL:GHSGR:2010:BM2564
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.W. Savelbergh
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waarde onroerende zaak ondanks hinder windturbinepark
Belanghebbende betwistte de WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2005, die door de Inspecteur was vastgesteld en na bezwaar was verlaagd door de rechtbank. Hij voerde aan dat de aanwezigheid van een windturbinepark nabij zijn woning een waardedrukkend effect had, met name door geluidshinder, slagschaduw en visuele hinder, en eiste een halvering van de waarde.
Het hof oordeelt dat de rechtbank de waarde terecht heeft vastgesteld op € 430.000 en dat de Inspecteur onvoldoende heeft onderbouwd hoe de verkoopprijzen van vergelijkbare woningen zijn vertaald naar de waarde van de onroerende zaak. Het hof acht aannemelijk dat de woning hinder ondervindt van het windturbinepark, wat een waardedrukkend effect veroorzaakt.
De verkoopgegevens van vergelijkbare woningen in de buurt zijn volgens het hof onvoldoende om een ander oordeel te rechtvaardigen. Het hof bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart zowel het hoger beroep van belanghebbende als het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur ongegrond.
De uitspraak is gedaan door mr. J.W. Savelbergh en de griffier mr. Y. Postema op 14 april 2010. Belanghebbende is niet verschenen bij de zitting, ondanks tijdige uitnodiging. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de door de rechtbank vastgestelde WOZ-waarde van € 430.000 ondanks hinder van het windturbinepark.