ECLI:NL:GHSGR:2010:BM1845
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgvuldigheid en kostenvergoeding bij voorlopige aanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2008 een voorlopige aanslag opgelegd op basis van een box 2 inkomen van €250.000, overgenomen uit de voorlopige aanslag van 2007. Na bezwaar werd dit inkomen verminderd tot nihil. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de Inspecteur in de kosten. De Inspecteur ging in hoger beroep, maar het Hof bevestigde het oordeel van de rechtbank.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur niet zorgvuldig genoeg was bij het opleggen van de voorlopige aanslag, omdat deze volledig geautomatiseerd was vastgesteld zonder nader onderzoek naar de redelijkheid van het bedrag, ondanks de opvallende stijging van nihil naar €250.000 in box 2 inkomen. Dit leidde tot aan de Inspecteur te wijten onrechtmatigheid in de zin van artikel 7:15 Awb Pro.
Het incidenteel hoger beroep van belanghebbende over een hogere wegingsfactor voor de kostenvergoeding werd ongegrond verklaard. Het Hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van €322 en gelastte het griffierecht van €447 te heffen voor het hoger beroep van de Inspecteur.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.