ECLI:NL:GHSGR:2010:BM1725
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A. Dupain
- M.L. Vierhout
- F. Waardenburg
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis over erfdienstbaarheid van uitzicht en terrasconstructie nabij vensters
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of [D] de in haar tuin gebouwde terrasconstructie, waaronder een loopbrug binnen twee meter van vensters van het pand van buren [B], moet verwijderen. De voorzieningenrechter had reeds gedeeltelijk toegewezen dat de loopbrug verwijderd moest worden.
[ B] stelt dat tussen de rechtsvoorgangers van partijen een erfdienstbaarheid van uitzicht door verjaring bestaat, waarbij de vensters sinds 1957 aanwezig zijn en uitzicht boden op een licht- en luchthof. Na afbraak van een pand in 1968 ontstond uitzicht op de tuin van [D], waarop [B] geen verjaringsrecht heeft. [D] betwist dit en voert onder meer aan dat de verjaring door overgangsrecht niet is voltooid en dat een belangenafweging op grond van artikel 5:50 BW Pro moet plaatsvinden.
Het hof oordeelt dat de vensters onder het oude recht een erfdienstbaarheid door bestemming kunnen vormen zonder inschrijving in registers. De verjaring van het recht op uitzicht op de tuin is niet voltooid, waardoor [B] zich alleen kan verzetten tegen onredelijke hinder door de terrasconstructie. De loopbrug veroorzaakt directe inkijk en onredelijke hinder, terwijl het terras dit niet doet. De vordering tot verwijdering van de loopbrug wordt daarom bevestigd. De vordering tot blinderen van ramen en verwijdering van de gehele terrasconstructie wordt afgewezen wegens procesrechtelijke en feitelijke gronden.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt [D] in de proceskosten van het principaal beroep en [B] in die van het incidenteel beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt [D] tot verwijdering van de loopbrug wegens onredelijke hinder van het uitzicht van [B].