ECLI:NL:GHSGR:2010:BM0830
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- T.L. Tan
- J.W. van Rijkom
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering en re-integratieverplichtingen bij kennelijk onredelijk ontslag
De werkneemster trad in 2002 in dienst bij Center Parcs en meldde zich in september 2005 ziek. Na een periode van ziekte en re-integratie-inspanningen ontstond een geschil over de loonbetaling en de rechtmatigheid van het ontslag. Center Parcs stelde dat de werkneemster onvoldoende meewerkte aan haar re-integratie, met name vanwege vervoersproblemen en het niet verschijnen op het werk.
Het UWV gaf deskundigenoordelen waarin werd vastgesteld dat de werkneemster geschikt was voor aangepast werk en voldoende inspanningen had geleverd, maar dat de werkgever onvoldoende had bijgedragen aan het re-integratieproces. Center Parcs bood passende werkzaamheden aan en compenseerde extra reistijd, maar de werkneemster weigerde te komen werken.
De kantonrechter wees de vorderingen van de werkneemster af, maar het hof oordeelde dat Center Parcs slechts gehouden was tot loonbetaling over de periode 1 tot en met 22 oktober 2006. Het hof vond dat de werkneemster onvoldoende had onderbouwd waarom zij niet kon werken en dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Center Parcs is gehouden tot loonbetaling over 1 tot en met 22 oktober 2006, maar het ontslag is niet kennelijk onredelijk.