ECLI:NL:GHSGR:2010:BM0316
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Haan-Boerdijk
- Van Leuven
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangsrecht vader wegens belangen minderjarige en weigering moeder tot ondersteuning
In deze zaak stond het geschil over het omgangsrecht tussen een vader en zijn minderjarige kind centraal. De moeder ondersteunde de omgang niet, terwijl de vader door fysieke en psychische beperkingen niet in staat was om onbegeleid contact te onderhouden. De Raad voor de Kinderbescherming en het B.I.G. waren betrokken bij het begeleiden van de omgang.
Het hof ontving een rapport waarin werd geadviseerd de omgang voort te zetten onder begeleiding, gezien het belang van de identiteitsontwikkeling van het kind en het loyaliteitsconflict dat het kind ervaart. De moeder stelde echter dat het advies praktisch niet uitvoerbaar was en dat de vader ongeschikt was vanwege medische beperkingen en grensoverschrijdend gedrag.
De vader stemde in met een omgangsregeling van eenmaal per kwartaal, maar maakte zich zorgen over de kosten en praktische uitvoering. Het hof concludeerde dat de moeder onvoldoende stimuleerde dat het kind omgang met de vader had, wat het belang van het kind schaadde. Gezien de spanningen en beperkingen aan vaderszijde achtte het hof omgang op dit moment in strijd met zwaarwegende belangen van het kind en ontzegde het omgangsrecht voor de duur van één jaar.
De beslissing werd uitgesproken door het Gerechtshof 's-Gravenhage op 17 maart 2010, waarbij het verzoek tot omgang werd afgewezen en de kostenveroordeling aan de vader werd geweigerd.
Uitkomst: Het hof ontzegt de vader het recht op omgang met de minderjarige voor de duur van één jaar.