ECLI:NL:GHSGR:2010:BM0132
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A. Dupain
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- J.C.N.B. Kaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en begroting van nakosten na arrest in civiele procedure
In deze civiele procedure heeft het gerechtshof 's-Gravenhage op 13 oktober 2009 een arrest gewezen waarin de geïntimeerde, Exploitatiemaatschappij Driebergenstraat B.V., is veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van appellant. Vervolgens is een verzoek ingediend tot een bevelschrift inzake de nakosten die na het arrest zijn ontstaan.
Het hof heeft vastgesteld dat de nakosten forfaitair worden vastgesteld volgens het Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven, ongeacht de omvang van de verrichte werkzaamheden. De geïntimeerde heeft erkend dat een verzoek tot betaling van deze bedragen is gedaan door de advocaat van appellant. Er is geen bewijs dat appellant meer werkzaamheden heeft verricht dan het enkele verzoek om betaling.
Daarom heeft het hof de nakosten begroot op €205,-, het bedrag dat geldt voor situaties zonder betekening, en deze kosten ten laste van de geïntimeerde gesteld. Een verzoek tot vergoeding van bijkomende kosten, zoals de kosten verbonden aan het indienen van het verzoek, is afgewezen omdat de wet hierin niet voorziet.
Tevens is een reconventioneel verzoek van de geïntimeerde afgewezen wegens het ontbreken van wettelijke grondslag voor een dergelijk verzoek in deze procedure.
Uitkomst: Het hof begroot de nakosten op €205,- en legt deze ten laste van de geïntimeerde.