ECLI:NL:GHSGR:2010:BL9765
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Mos-Verstraten
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn in familierechtelijke zaak
De vader is op 6 mei 2009 in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Dordrecht van 4 februari 2009. De vader was in eerste aanleg niet verschenen, maar had een afschrift van het verzoekschrift ontvangen op het adres van zijn broer.
Volgens artikel 805 lid 1 Rv Pro moet de griffier een afschrift van de beschikking aan de niet verschenen belanghebbende verstrekken. De beroepstermijn van drie maanden liep af op 4 mei 2009. Het hof constateert dat het hoger beroep na deze termijn is ingesteld en verklaart de vader daarom niet-ontvankelijk.
Hoewel de vader rond februari 2009 verhuisde en de beschikking naar het oude adres werd gestuurd, was hij begin maart 2009 op de hoogte van de beschikking en heeft hij toen contact gezocht met zijn advocaat. Het hof oordeelt dat de vader voldoende gelegenheid had om tijdig hoger beroep in te stellen. Het verzoek van de moeder om de vader te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen.
Uitkomst: De vader wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.