ECLI:NL:GHSGR:2010:BL8582
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Van Leuven
- De Haan-Boerdijk
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijfplaats minderjarige bij vader en omgangsregeling tijdens ondertoezichtstelling
In deze zaak staat de hoofdverblijfplaats van een minderjarige en de omgang tussen de moeder en de minderjarige centraal. De vader verzoekt om wijziging van de hoofdverblijfplaats naar hem toe en continuering van de omgangsregeling na ondertoezichtstelling. De moeder betwist dit en stelt dat haar situatie inmiddels gestabiliseerd is.
Het hof oordeelt dat de vader ontvankelijk is in zijn verzoek, vernietigt de eerdere beschikking en behandelt de zaak inhoudelijk. Uit verklaringen van Jeugdzorg blijkt dat het goed gaat met de minderjarige bij de vader en diens partner, waar hij al vier jaar woont. De moeder heeft een incident met alcoholgebruik gehad, maar dit wordt als eenmalig beschouwd. Het hof acht de situatie van de moeder onvoldoende stabiel om de hoofdverblijfplaats aan haar toe te wijzen.
Met betrekking tot de omgangsregeling overweegt het hof dat zolang de ondertoezichtstelling van kracht is, Jeugdzorg de omgang bepaalt. Omdat het onduidelijk is wanneer deze eindigt, kan het hof geen oordeel geven over de omgang daarna en wijst het verzoek van de vader af. De hoofdverblijfplaats blijft derhalve bij de vader, en de omgangsregeling wordt voorlopig niet gewijzigd.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige blijft bij de vader; het verzoek tot continuering van de omgangsregeling na ondertoezichtstelling wordt afgewezen.