ECLI:NL:GHSGR:2010:BL7135
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Kamminga
- Van der Kuijl
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning minderjarige door ander en verlening vervangende toestemming aan biologische vader
De zaak betreft het hoger beroep van de man, de biologische vader van een minderjarige, tegen de afwijzing van zijn verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning van zijn kind. De minderjarige was reeds erkend door een andere man, [man X], die niet de biologische vader is. De rechtbank had het verzoek van de man afgewezen, evenals zijn verzoek om de erkenning door [man X] nietig te verklaren en om naamswijziging van de minderjarige.
Het hof overweegt dat de man niet tijdig om vervangende toestemming heeft kunnen vragen omdat de moeder haar beslissing over erkenning had uitgesteld tot na afronding van haar studie, die nog niet voltooid was. De erkenning door [man X] werd gedaan zonder de man hiervan op de hoogte te stellen. Daarom past het hof de minder strikte maatstaf toe om te beoordelen of de moeder in redelijkheid toestemming aan [man X] kon verlenen.
Het hof weegt het belang van de man en de minderjarige bij erkenning tegen het belang van de moeder bij een ongestoorde gezinssituatie. Er is sprake van family life tussen de man en de minderjarige. Het belang van de man en het kind bij erkenning weegt zwaarder dan het belang van de moeder. De erkenning door [man X] wordt vernietigd en de man wordt vervangende toestemming tot erkenning verleend. Het verzoek tot naamswijziging wordt afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het hof vernietigt de erkenning door een ander en verleent vervangende toestemming tot erkenning aan de biologische vader, terwijl het verzoek tot naamswijziging wordt afgewezen.