ECLI:NL:GHSGR:2010:BL6796
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- M.H. van Coeverden
- C.G. Beyer-Lazonder
- T.L. Tan
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering en verrekening met lening bij ontbinding arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond een loonvordering van een werknemer tegen zijn voormalige werkgever Job Career centraal, waarbij tevens een tegenvordering van Job Career wegens een lening aan de werknemer speelde. De werknemer was bedrijfsleider en werd per 22 november 2007 ontslagen vanwege het wegvallen van opdrachten. De arbeidsovereenkomst werd op 7 februari 2008 ontbonden met een vergoeding van €14.620,50 bruto.
De werknemer vorderde loonbetalingen over november en december 2007 en daarna tot het einde van de arbeidsovereenkomst, vermeerderd met wettelijke rente. Job Career stelde zich op het standpunt dat zij de loonvordering mocht verrekenen met een lening van €15.000 die zij aan de werknemer had verstrekt. De voorzieningenrechter wees de vordering in reconventie af wegens gebrek aan spoedeisend belang en kende de loonvordering toe zonder verrekening.
Het hof oordeelde dat de loonvordering, voor zover deze het bedrag van de beslagvrije voet overstijgt, toewijsbaar is en dat verrekening slechts mogelijk is voor zover het loon de beslagvrije voet overtreft. De stellingen van de werknemer over terugbetaling van de lening waren onvoldoende onderbouwd, waardoor het hof aannemelijk achtte dat de lening nog niet was voldaan. Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter voor zover het de loonvordering betreft, veroordeelde Job Career tot betaling van het loon boven de beslagvrije voet met rente en compenseerde de proceskosten.
Uitkomst: Job Career wordt veroordeeld tot betaling van loon boven de beslagvrije voet met wettelijke rente vanaf de dagvaarding tot ontbinding.