ECLI:NL:GHSGR:2010:BL6520
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mos-Verstraten
- van Nievelt
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging machtiging uithuisplaatsing en afwijzing omgangsregeling moeder-minderjarige
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind verlengde en haar verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling afwees. De minderjarige verblijft sinds haar geboorte bij de pleegmoeder, die tevens de tante is.
De moeder betoogt dat de wettelijke gronden voor uithuisplaatsing ontbreken en dat plaatsing in een gezinshuis beter is voor het kind. Ook klaagt zij over het moeizame contact met haar kind, dat volgens haar door de pleegmoeder wordt belemmerd. Jeugdzorg en de pleegmoeder stellen dat het verblijf bij de pleegmoeder in het belang van het kind is en dat een verandering van verblijfplaats de rust zou verstoren.
Het hof oordeelt dat de wettelijke gronden voor uithuisplaatsing aanwezig zijn en dat de rechtbank de machtiging terecht heeft verlengd. Het hof verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wijziging van verblijfplaats omdat Jeugdzorg geen wijziging voornemens is. Ook het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen aanwijzing van Jeugdzorg is gegeven die het contact beperkt.
De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en de verzoeken van de moeder afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoeken tot wijziging van verblijfplaats en omgangsregeling.