ECLI:NL:GHSGR:2010:BL5752
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mertens-Steeghs
- Lamers
- Everaars-Katerberg
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging teruggeleiding minderjarige naar Canada op grond van Haags Kinderontvoeringsverdrag
Partijen, beiden Nederlands, zijn in 2005 naar Canada geëmigreerd waar hun dochter in 2007 werd geboren. De moeder vertrok in april 2009 met de dochter tijdelijk naar Nederland, met toestemming van de vader, maar keerde niet terug. De vader startte een teruggeleidingsprocedure op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag.
De rechtbank gelastte de terugkeer van de dochter naar Canada, wat de moeder aanvocht in hoger beroep. Het hof bevestigt dat Canada de gewone verblijfplaats van de dochter is en dat de vader en moeder gezamenlijk gezag uitoefenen. Er is geen toestemming of berusting van de vader voor het verblijf in Nederland, zodat de achterhouding ongeoorloofd is.
Ook is geen sprake van een weigeringsgrond wegens risico op lichamelijk of geestelijk gevaar bij terugkeer. Het hof wijst het verzoek tot voorlopige voogdij af wegens onvoldoende onderbouwing van vluchtgevaar. De proceskosten worden gecompenseerd. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking die de terugkeer van de minderjarige naar Canada gelast en wijst het verzoek tot voorlopige voogdij af.