ECLI:NL:GHSGR:2010:BL5298
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Handelsnaamconflict tussen TIB Rotterdam en TBI-concern met verbod op gebruik TIB
In deze zaak staat het handelsnaamgebruik van TIB Rotterdam tegenover dat van het TBI-concern centraal. TIB Rotterdam voerde aan haar handelsnaam al vanaf 1998 te gebruiken en betwistte dat TBI c.s. een ouder handelsnaamrecht heeft. Het hof oordeelt dat TBI c.s. al sinds begin jaren negentig de aanduiding TBI gebruiken en dat het TBI-concern zich ook vóór 1998 op installatietechniek richtte, waardoor sprake is van eerder handelsnaamgebruik.
Het hof stelt vast dat de lettercombinaties TIB en TBI auditief en visueel sterk overeenkomen en dat de toevoegingen zoals Rotterdam of Holdings onvoldoende onderscheidend zijn voor het relevante publiek. Dit publiek, bestaande uit afnemers, leveranciers en contractspartijen, overlapt deels, waardoor gevaar voor verwarring bestaat. Zowel directe als indirecte verwarring is aannemelijk, waarbij het publiek kan denken dat de ondernemingen verbonden zijn.
TIB Rotterdam slaagt er niet in aannemelijk te maken dat haar handelsnaam uitsluitend als handelsnaam wordt gebruikt en niet als dienstmerk. Het hof wijst de vordering tot schadevergoeding af wegens onvoldoende concrete onderbouwing van schade. Het vonnis van de rechtbank wordt grotendeels bekrachtigd, maar de veroordeling tot schadevergoeding wordt vernietigd. Het hof beveelt TIB Rotterdam het gebruik van de naam en domeinnaam te staken en legt dwangsommen op bij overtreding.
Uitkomst: TIB Rotterdam wordt bevolen het gebruik van de handelsnaam TIB en de domeinnaam te staken wegens gevaar voor verwarring met het TBI-concern.