ECLI:NL:GHSGR:2010:BL4239
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WOZ-waarde woning nabij windturbines met waardedrukkend effect
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van een vrijstaande recreatiewoning met aangebouwde garage nabij een windmolenpark met vijf turbines. De Inspecteur stelde de WOZ-waarde van de woning voor het tijdvak 2008-2009 vast op €233.000, zonder rekening te houden met een waardedrukkend effect door de windturbines. Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde dat de aanwezigheid van de turbines de woningwaarde negatief beïnvloedt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof 's-Gravenhage. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe de waarde is vastgesteld en niet aannemelijk heeft gemaakt dat er geen waardedrukkend effect is door de nabijheid van de windturbines. De gebruikte referentieobjecten waren onvoldoende vergelijkbaar en de waardebepaling van de garage was niet onderbouwd.
Het Hof stelde de waarde van de woning zelf vast op €215.000, rekening houdend met alle omstandigheden en de argumenten van partijen. Tevens veroordeelde het Hof de Inspecteur in de proceskosten en legde de vergoeding van griffierechten aan belanghebbende op. De uitspraak werd op 5 januari 2010 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €215.000 met toewijzing van proceskosten aan belanghebbende.