ECLI:NL:GHSGR:2010:BL3699
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- J.J.J. Engel
- H.J. van den Steenhoven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid juridische kosten en overige lasten onderneming
Belanghebbende, die een onderneming drijft onder de naam [A] met chauffeurs- en adviesdiensten, voerde in haar belastingaangifte 2001 juridische kosten en overige lasten op als aftrekposten. De totale baten bedroegen ƒ 55.369 en de lasten ƒ 89.491, met een verlies van ƒ 34.122. De juridische kosten bedroegen ƒ 6.449 en overige lasten ƒ 58.216, waarvan een groot deel oninbare leningen waren.
De Inspecteur weigerde deze kosten in aftrek toe te laten, wat leidde tot een hogere belastbare winst van ƒ 17.135. Belanghebbende stelde dat de kosten betrekking hadden op bezwaar- en beroepsprocedures tegen een boekenonderzoek, en vorderde vermindering van de aanslag tot nihil.
Het hof oordeelde dat de bewijslast voor aftrekbaarheid bij belanghebbende ligt. Deze heeft echter geen concreet inzicht gegeven in de aard en het ondernemingskarakter van de kosten. De stellingen bleven onbewezen en onvoldoende onderbouwd. Ook de bewering dat oninbare leningen gedeclareerde voorgeschoten bedragen zouden zijn, leidde niet tot een ander oordeel.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. De uitspraak werd op 19 januari 2010 in het openbaar uitgesproken door het hof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt bevestigd zonder aftrek van de juridische kosten en overige lasten.