ECLI:NL:GHSGR:2009:BK6046
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van de Poll
- Mink
- Bouritius
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eenhoofdig ouderlijk gezag en ontzegging omgang vader met minderjarigen
In deze civiele zaak stond het geschil tussen de ouders over het ouderlijk gezag, de omgangsregeling en de toedeling van de inboedelgoederen van hun minderjarige kinderen centraal. Na de echtscheiding was de moeder belast met het eenhoofdig gezag en was de vader voor onbepaalde tijd het recht op omgang ontzegd. De vader kwam in hoger beroep tegen deze beschikking.
De vader betwistte de belaste voorgeschiedenis van de kinderen en het onderzoek van de raad voor de kinderbescherming. Hij verzocht om voortzetting van het gezamenlijk gezag of, subsidiair, het eenhoofdig gezag aan hem toe te kennen en een omgangsregeling vast te stellen. De moeder en de raad handhaafden het standpunt dat de belaste voorgeschiedenis en de gespannen communicatie tussen ouders het gezamenlijk gezag en omgang onmogelijk maken.
Het hof oordeelde dat de ouders niet in staat zijn tot constructieve communicatie, waardoor het gezamenlijk gezag niet in het belang van de kinderen is. Gezien de belaste voorgeschiedenis en de noodzaak van een stabiele omgeving voor de minderjarigen, werd het eenhoofdig gezag aan de moeder bevestigd en het omgangsrecht van de vader ontzegd. Ook werd de toedeling van de inboedelgoederen aan de moeder bekrachtigd.
Het vonnis benadrukt het belang van het kind en de noodzaak van een veilige en stabiele leefomgeving, waarbij de belangen van de minderjarigen prevaleren boven de omgangsrechten van de vader.
Uitkomst: Het hof bevestigt het eenhoofdig gezag van de moeder en ontzegt de vader het recht op omgang met de minderjarigen.