ECLI:NL:GHSGR:2009:BK5112
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Van Nievelt
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarigen
In deze zaak staat de verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarigen en de uithuisplaatsing van één van hen centraal. De moeder betwist de gronden voor de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing en stelt dat zij capabel is om haar kinderen thuis op te voeden. Tevens voert zij aan dat het indicatiebesluit voor de uithuisplaatsing niet voldoet aan de wettelijke vereisten.
Het hof overweegt dat de wettelijke gronden voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig blijven. Dit wordt onderbouwd door vastgestelde diagnoses bij twee van de minderjarigen en het feit dat de uithuisplaatsing van de derde minderjarige noodzakelijk is gebleken vanwege ernstige gedragsproblemen en onvoldoende behaalde behandelresultaten. De moeder realiseert zich onvoldoende de ernst van de problematiek en kan zonder intensieve hulp de kinderen niet de benodigde structuur bieden.
Daarnaast oordeelt het hof dat het indicatiebesluit voor de uithuisplaatsing niet door Jeugdzorg maar door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) dient te worden gesteld, omdat het hier gaat om AWBZ-zorg voor licht verstandelijk gehandicapte jeugdigen. De wettelijke eis dat bij het verzoek tot machtiging de verblijfplaats wordt vermeld, is echter nageleefd.
De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep tegen de ondertoezichtstelling van één minderjarige, omdat zij dat beroep heeft ingetrokken. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het hoger beroep voor zover nog aan de orde af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing en wijst het hoger beroep van de moeder af.