ECLI:NL:GHSGR:2009:BK4259
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M. Mos-Verstraten
- J. Stille
- R. Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter in internationale kinderontvoeringszaak volgens HKOV en Brussel IIbis
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de teruggeleiding van hun minderjarige kinderen die door de vader vanuit Nederland naar Duitsland zijn meegenomen en niet zijn teruggebracht. De moeder vordert teruggeleiding op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV) en Brussel IIbis, maar de rechtbank verklaarde zich onbevoegd.
In hoger beroep betoogt de moeder dat Brussel IIbis de Nederlandse rechter wel bevoegd maakt, terwijl de vader en het hof oordelen dat het verzoek tot teruggeleiding geen procedure ten gronde is en dat het HKOV de bevoegde rechter aanwijst. Het hof benadrukt dat Brussel IIbis geen bevoegdheidstoewijzing bevat voor teruggeleidingsverzoeken en dat het HKOV voorrang heeft.
Het hof overweegt ook dat het beroep op het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) niet tot een ander oordeel leidt omdat dit verdrag geen directe werking heeft. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en de kosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is onbevoegd om te beslissen over de teruggeleiding van de kinderen; het hoger beroep wordt afgewezen.