ECLI:NL:GHSGR:2009:BK4144
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Haan-Boerdijk
- van Nievelt
- van Leuven
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarige wegens bedreiging ontwikkeling door moeder
In deze zaak staat de ondertoezichtstelling van een minderjarige centraal. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die de minderjarige onder toezicht stelde van Jeugdzorg. De ouders hebben gezamenlijk het gezag, waarbij de minderjarige bij de moeder verblijft. De moeder betwist de gronden voor ondertoezichtstelling en stelt dat de minderjarige zich positief ontwikkelt en dat er geen bewijs is voor de vermeende bedreigingen.
De raad voor de kinderbescherming, de vader en Jeugdzorg stellen dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk is vanwege de negatieve en wantrouwende houding van de moeder, die het contact tussen vader en kind belemmert en daarmee de geestelijke ontwikkeling van de minderjarige bedreigt. Het hof oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn, mede omdat de moeder de negatieve overtuigingen over de vader overdraagt aan de minderjarige.
Het hof wijst het verzoek van de moeder tot aanhouding en gescheiden behandeling af, omdat het belang van een volledig beeld van de situatie prevaleert. Het hof besluit de beschikking van de rechtbank te bekrachtigen en ziet geen noodzaak om de minderjarige te horen, om haar niet extra te belasten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige wegens bedreiging van haar ontwikkeling door de moeder.