ECLI:NL:GHSGR:2009:BK2074
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Mos-Verstraten
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Appel niet-ontvankelijk wegens ontbreken van gronden in het appelschrift bij verlenging ondertoezichtstelling
De moeder kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de kinderrechter waarin de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind werd verlengd en een machtiging tot uithuisplaatsing werd verleend. Zij was het niet eens met deze besluiten en diende een appelschrift in.
Het hof oordeelde dat het appelschrift niet voldeed aan de vereisten van artikel 359 juncto Pro 278 lid 1 Rv, omdat het geen duidelijke gronden bevatte waarop het beroep was gebaseerd. De door de moeder aangevoerde punten stonden bovendien niet in verband met de bestreden beschikking. Aanvulling van de gronden tijdens de zitting werd niet toegestaan omdat de wet en de aard van de procedure dit niet toelieten.
Het hof verklaarde daarom het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk. De zaak werd mondeling behandeld waarbij de moeder, de vader en vertegenwoordigers van Jeugdzorg aanwezig waren. De beslissing van het hof bevestigt de noodzaak van een deugdelijk gemotiveerd appelschrift in hoger beroep bij familiezaken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het appelschrift.