ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ7491
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen hypotheekrenteaftrek voor koopwoning niet als hoofdverblijf gebruikt
Belanghebbende kocht in 2004 een appartement dat hij niet zelf bewoonde, maar ter beschikking stelde aan zijn twee zonen. Hij bleef zelf wonen in een gehuurde woning. De Inspecteur stelde dat de koopwoning niet als eigen woning in de zin van de Wet IB 2001 kon worden aangemerkt, waardoor de hypotheekrente niet aftrekbaar was.
Belanghebbende voerde aan dat hij op basis van informatie van een baliemedewerker van de Belastingdienst, een makelaar en een advocaat mocht vertrouwen op de aftrek. Het hof oordeelde echter dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt wat hij precies had voorgelegd en welke informatie was verstrekt, waardoor het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen.
Het hof bevestigde dat de koopwoning niet als hoofdverblijf had gediend en dat de hypotheekrenteaftrek daarom terecht was geweigerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag zonder hypotheekrenteaftrek bevestigd.