ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ7293
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Mos - Verstraten
- Mink
- Rechtspraak.nl
Opheffing ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing wegens ontbreken verbetering in omgangsrelaties
Het gerechtshof 's-Gravenhage heeft op 5 augustus 2009 uitspraak gedaan in hoger beroep over de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarige. De grootouders waren in eerste aanleg geslaagd in hun verzoek tot ondertoezichtstelling, maar het hof constateert dat deze maatregel niet heeft geleid tot enige verbetering in de relatie tussen de moeder, haar ouders en de vader van het kind.
De vader onderschrijft dat de minderjarige niet op de hoogte is van zijn identiteit en dat de omgang met hem problematisch is, maar erkent dat er geen gronden zijn om hem het recht op omgang te ontzeggen. De Raad voor de Kinderbescherming stelt dat de ontwikkeling van het kind ernstig wordt bedreigd, maar Jeugdzorg betwist de noodzaak van de maatregelen vanwege het uitblijven van samenwerking tussen de betrokken partijen.
Het hof oordeelt dat de ondertoezichtstelling uitsluitend gericht op omgang en statusvoorlichting ontoereikend is en dat er geen ernstige bedreiging van de zedelijke of geestelijke belangen van het kind is. Omdat de huidige opvoedingssituatie stabiel en rustig is, wordt de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing opgeheven. De overige onderdelen van de beschikking blijven gehandhaafd.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige worden opgeheven omdat deze niet hebben bijgedragen aan verbetering en geen ernstige bedreiging is vastgesteld.