ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ5643
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- C.G. Beyer-Lazonder
- R.C. Schlingemann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering contractuele vergoeding bij ontbinding arbeidsovereenkomst
In deze zaak stond centraal de vraag of de appellant recht had op een contractuele vergoeding naast de reeds toegekende ontbindingsvergoeding bij ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst met Elopak B.V. De arbeidsovereenkomst bevatte een opzegtermijn van 12 maanden bij ontslag door de werkgever. De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst ontbonden en een vergoeding toegekend gelijk aan het loon over de opzegtermijn, welke vergoeding door het hof als een vooraf bepaalde vergoeding werd aangemerkt.
De appellant vorderde in hoger beroep alsnog betaling van een aanvullende contractuele vergoeding, stellende dat de opzegtermijn een afzonderlijke vergoeding betrof die niet in mindering behoefde te worden gebracht op de ontbindingsvergoeding. Het hof oordeelde dat de kantonrechter terecht had geoordeeld dat de opzegtermijn als een vooraf bepaalde vergoeding voor het verlies van de arbeidsplaats moest worden gezien en dat de appellant onvoldoende concrete feiten had gesteld die tot toewijzing van zijn vordering konden leiden.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de appellant in de kosten van het hoger beroep. Hiermee werd bevestigd dat de vergoeding die is toegekend bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst de contractuele opzegtermijn dekt en dat er geen recht bestaat op een aanvullende vergoeding.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot aanvullende contractuele vergoeding af.