ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ5462

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
2 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.016.263.01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Dijk
  • Van de Poll
  • Fockema Andreae-Hartsuiker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:379 BWArt. 1:389 BWArt. 798 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot beëindiging curatele kleinzoon zwager

In deze zaak staat de vraag centraal of de verzoekers, waaronder de kleinzoon van de zwager van de onder curatele gestelde vrouw, ontvankelijk zijn in hun hoger beroep tegen de beschikking tot ondercuratelestelling en benoeming van een curator.

De kantonrechter had de vrouw onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis en een curator benoemd. De verzoekers betoogden dat de curatele niet langer noodzakelijk was en dat de benoemde curator niet langer hun vertrouwen genoot. De curator voerde aan dat de kleinzoon van de zwager niet behoort tot de kring van belanghebbenden zoals bedoeld in de relevante wetsartikelen en dat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Het hof overwoog dat op grond van artikel 1:379 en Pro 1:389 BW en artikel 798 Rv Pro alleen bepaalde personen tot de kring van belanghebbenden behoren en dat de kleinzoon van de zwager daar niet toe behoort. Tevens trok de vrouw haar hoger beroep in, waardoor het hof alleen het verzoek van de kleinzoon van de zwager hoefde te beoordelen.

Het hof verklaarde de kleinzoon van de zwager niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de beschikking tot ondercuratelestelling en de benoeming van de curator. De zaak werd mondeling behandeld op 2 juli 2009 en het vonnis is op 22 juli 2009 geminuteerd.

Uitkomst: De kleinzoon van de zwager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot beëindiging van de curatele en de benoeming van de curator is bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Familiesector
Uitspraak : 2 juli 2009
Zaaknummer : 200.016.263.01
Rekestnr. rechtbank : 08-82321
[appellant 1],
wonende te [woonplaats], hierna ook te noemen: de vrouw,
en
[appelant 2],
wonende te [woonplaats], hierna ook te noemen: [verzoeker 2],
verzoekers in hoger beroep,
hierna gezamenlijk te noemen: de verzoekers,
advocaat mr. R. F. van Leeuwen, kantoorhoudend te Rotterdam,
Als belanghebbende is aangemerkt:
[belanghebbende],
wonende te [woonplaats], in zijn hoedanigheid van curator van de vrouw,
verweerder in hoger beroep,
hierna ook te noemen: de curator,
advocaat: mr. A. A. den Hollander, kantoorhoudend te Middelharnis.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De verzoekers zijn op 15 september 2008 in hoger beroep gekomen van de beschikkingen van 16 juni 2008 en 8 juli 2008 van de kantonrechter in de rechtbank ’s-Gravenhage.
De curator heeft op 19 mei 2009 een verweerschrift ingediend.
Van de zijde van de verzoekers zijn bij het hof op 2 februari 2009 en 3 april 2009 aanvullende stukken ingekomen.
Van de zijde van de curator zijn bij het hof op 22 juni 2009 en 23 juni 2009 aanvullende stukken ingekomen.
Op 2 juli 2009 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: verzoekers, bijgestaan door hun advocaat, en de curator, bijgestaan door zijn advocaat. De aanwezigen hebben het woord gevoerd.
HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikkingen.
Bij de beschikking van 16 juni 2008 is, alvorens verder te beslissen, [belanghebbende], geboren [in] 1955 te[geboorteplaats], met ingang van die datum benoemd tot provisioneel bewindvoerder over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan verzoekster [de vrouw], geboren [in] 1920 te [geboorteplaats].
Bij de beschikking van 8 juli 2008 is de vrouw onder curatele gesteld en is [belanghebbende], geboren [in] 1955 te [geboorteplaats] tot curator benoemd.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. In geschil is de benoeming van de provisionele bewindvoerder en de ondercuratelestelling van de vrouw en de benoeming van de curator.
2. De verzoekers verzoeken het hof de bestreden beschikkingen te vernietigen, subsidiair opnieuw beschikkende een nieuwe neutrale curator te benoemen met ingang van de datum van de beschikking van het hof.
3. De curator bestrijdt het beroep en verzoekt het hof om verzoekers niet-ontvankelijk te verklaren, alsmede de beschikking van de kantonrechter van 8 juli 2008, al dan niet met verbetering van gronden, te bevestigen.
4. Ter onderbouwing van het beroepschrift hebben verzoekers – kort samengevat – het volgende aangevoerd. Ten onrechte heeft de kantonrechter de vrouw onder provisioneel bewind c.q. curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis en [belanghebbende] als curator benoemd. Er is geen noodzaak (meer) om de vrouw onder curatele te stellen, nu haar familie altijd goed voor haar heeft gezorgd en zal zorgen. Voorts wensen de verzoekers in ieder geval niet langer dat [belanghebbende] als curator zal optreden daar zij hem, naar aanleiding van een aantal gebeurtenissen, niet vertrouwen.
5. De curator stelt dat [verzoeker 2] de kleinzoon is van de zwager van de vrouw en niet behoort tot de groep personen genoemd in de artikelen 1:379 en 1:389, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek (hierna BW), terwijl hij ook geen belanghebbende is als bedoeld in artikel 798 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna Rv). Om die reden dient [verzoeker 2] niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek. Ten aanzien van de grieven stelt de curator dat het initiatief tot het indienen van het verzoek tot ondercuratelestelling en de benoeming van hem als curator van de vrouw is uitgegaan en dat dit nog steeds haar wens is. De curator bestrijdt de beschuldigingen van [verzoeker 2] en stelt ieder jaar aan de rechter rekening en verantwoording af te leggen van het door hem gevoerde financiële beheer. Hij is niet verplicht dit jegens [verzoeker 2] te doen.
6. Het hof overweegt als volgt. Vooropgesteld dient te worden dat op grond van artikel 1:389 BW Pro een verzoek tot beëindiging van de curatele kan worden gedaan door dezelfde personen die de curatele kunnen verzoeken. Artikel 1: 379 BW bepaalt dat de curatele kan worden verzocht door de betrokken persoon, zijn echtgenoot of andere levensgezel, geregistreerde partner, zijn bloedverwanten in rechte lijn en die in de zijlijn tot de vierde graad ingesloten, voogd of het openbaar ministerie. Naar het oordeel van het hof behoort [verzoeker 2] niet tot deze groep personen aangezien hij de kleinzoon van de zwager van de vrouw is. Daarnaast is het hof van oordeel dat [verzoeker 2] geen belanghebbende is in de zin van artikel 798 Rv Pro nu zijn rechten en verplichtingen geen rechtstreekse betrekking hebben op de zaak. Het hof is gelet op het voorgaande van oordeel dat [verzoeker 2] niet-ontvankelijk is in zijn verzoek.
7. Ter terechtzitting heeft de vrouw het hoger beroep ingetrokken. De vrouw heeft haar bezwaren tegen de bestreden beschikking niet langer gehandhaafd, zodat te dien aanzien niet meer behoeft te worden beslist.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
verklaart [verzoeker 2] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Dijk, Van de Poll en Fockema Andreae-Hartsuiker bijgestaan door mr. Pol als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2009, geminuteerd op 22 juli 2009.