ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ3971
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Van Nievelt
- Mink
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nihil kinderalimentatie wegens tijdelijke werkloosheid en inkomensvermindering
In deze zaak staat de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van een minderjarige centraal. De vader is werkloos geraakt en ontving vanaf 26 maart 2007 een WW-uitkering, die tijdelijk met 5% werd verlaagd wegens niet tijdige inschrijving als werkzoekende. Vanaf 18 juni 2007 had hij geen recht meer op uitkering en ging hij via een uitzendbureau werken. Daarnaast werd zijn loon vanaf december 2008 beslagen vanwege onterecht ontvangen uitkeringen.
De vader voerde aan onvoldoende draagkracht te hebben om kinderalimentatie te voldoen, onder meer door werkloosheid, verzorging van een ander kind en loonbeslag. Het hof oordeelde dat de vader onvoldoende had onderbouwd dat hij onvrijwillig werkloos was en dat hij redelijkerwijs zijn oorspronkelijke inkomen had kunnen verwerven. De verplichte begeleiding van het andere kind stond dit niet in de weg.
Het hof stelde vast dat door de inkomensvermindering het inkomen van de vader tijdelijk daalde tot ongeveer 90% van de bijstandsnorm. Deze daling achtte het hof onaanvaardbaar en niet voor herstel vatbaar, waardoor de kinderalimentatie over de periode van 26 maart tot en met 18 juni 2007 op nihil werd gesteld. Voor de periode daarna had de vader weer voldoende draagkracht. Het loonbeslag werd niet bepalend geacht voor de draagkrachtbeoordeling.
Uitkomst: De kinderalimentatie van de vader wordt voor de periode 26 maart tot en met 18 juni 2007 op nihil gesteld vanwege tijdelijke inkomensdaling.