ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ3801
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M. Mos-Verstraten
- H. Husson
- J. Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uithuisplaatsing minderjarige en Nederlandse rechterlijke bevoegdheid
In hoger beroep is de uithuisplaatsing van een minderjarige bevestigd voor de periode van 3 december 2008 tot 3 december 2009. De minderjarige verblijft in een pleeggezin vanwege hechtingsproblemen en onzekerheden over de opvoedingssituatie bij de ouders. De vader, woonachtig in het buitenland, verzocht om terugplaatsing, maar het hof oordeelde dat de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft.
De Nederlandse rechter is bevoegd op grond van artikel 8 van Pro Verordening (EG) nr. 2201/2003 (Brussel II bis) omdat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in Nederland had op het moment van het aanhangig maken van de zaak. Het gezag berustte toen bij Jeugdzorg, die ook tijdelijk met het gezag was belast.
Het hof overwoog dat de vader weliswaar op de hoogte was van de gezagsbeslissingen en tegen deze beslissingen in beroep had kunnen gaan, maar dit niet heeft gedaan. De uithuisplaatsing is in het belang van de minderjarige en verkorting of opheffing is niet aangewezen gezien de huidige omstandigheden en de noodzaak tot het herstellen van het contact tussen vader en kind.
De bestreden beschikking van de kinderrechter is daarom bekrachtigd en het beroep van de vader afgewezen.
Uitkomst: De uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd en het beroep van de vader wordt afgewezen.