ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ2412
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Bouritius
- de Haan-Boerdijk
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geslachtsnaam minderjarige en voorlopige naamgeving niet verenigbaar met omstandigheden
De ouders van een minderjarige kwamen in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin de voorlopige geslachtsnaam van hun kind was vastgesteld. Zij wilden de geslachtsnaam wijzigen in een andere naam die volgens hen geen namenreeks maar een correcte schrijfwijze betrof. De gemeente verzette zich hiertegen en stelde dat het Nederlandse recht geen namenreeksen kent, maar alleen geslachtsnamen.
Het hof oordeelde dat de voorlopige vaststelling van de geslachtsnaam niet passend was in deze zaak, mede vanwege het onzekere tijdsverloop rond naturalisatie van de vader en de wens van de ouders om niet langer een voorlopige naam te hanteren. Het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam kon echter niet worden toegewezen omdat wijziging voorbehouden is aan de Kroon en geen uitzonderingsgrond aanwezig was.
Verder stelde het hof dat de minderjarige voldoende mogelijkheden heeft zich te onderscheiden met haar huidige naam en dat er geen strijd is met artikel 8 EVRM Pro. Het verzoek tot opname van een namenreeks als geslachtsnaam kon niet worden gehonoreerd. Het hof vernietigde daarom de bestreden beschikking voor zover het de voorlopige vaststelling betrof en wees het overige verzoek af.
Uitkomst: Het hof vernietigt de voorlopige vaststelling van de geslachtsnaam en wijst het verzoek tot wijziging af.