ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ1722
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- De Haan-Boerdijk
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgangsregeling vader-kind ondanks betwiste verhuizing moeder naar Moskou
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een rechtbankbeslissing die een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige vaststelde. Zij stelde dat zij sinds december 2007 met het kind in Moskou woonde, waardoor omgang in Nederland niet mogelijk zou zijn. Het hof achtte deze verhuizing niet bewezen en niet aannemelijk, mede omdat de moeder niet kon aantonen dat zij en het kind zich blijvend in Moskou hadden gevestigd, en de naam van het kind in de Russische documenten afweek van de Nederlandse registratie.
De moeder voerde ook aan dat het agressieve gedrag van de vader in het verleden een contra-indicatie vormde voor omgang, maar het hof oordeelde dat deze agressie relationeel was en niet jegens het kind gericht, zodat er geen reden was de omgang te weigeren. Daarnaast vond het hof dat de moeder zonder goede reden het omgangsrecht van de vader structureel frustreerde.
Het hof bevestigde de omgangsregeling die in Nederland moet plaatsvinden en de informatieregeling waarbij de moeder de vader driemaal per jaar schriftelijk informeert over het welzijn van het kind. De opgelegde dwangsom bij niet-nakoming werd eveneens gehandhaafd. De moeder was niet verschenen bij de zitting en kon haar stellingen onvoldoende onderbouwen.
De rechtbank en het hof waren bevoegd omdat de gewone verblijfplaats van het kind ten tijde van het eerste verzoek in Nederland was. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en verklaarde deze uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de omgangsregeling en informatieregeling en wijst het beroep van de moeder af wegens onvoldoende bewijs van verhuizing naar Moskou.