ECLI:NL:GHSGR:2009:BI7380
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Nievelt
- Mos-Verstraten
- van Leuven
- Rechtspraak.nl
Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder en afwijzing omgangsregeling vader
In deze zaak stond het gezag over en de omgang met de minderjarige centraal. De moeder verzocht het hof om het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen, mede vanwege de risicovolle gedragingen van de vader en het ontbreken van communicatie tussen ouders. De vader wenste omgang met het kind, maar de moeder stelde dat omgang op dit moment niet wenselijk was vanwege het onverschillige gedrag van de vader en het gebrek aan communicatie.
Het hof nam kennis van de feiten dat het kind de vader sinds december 2005 niet meer heeft gezien en dat de vader geen actieve rol in het leven van het kind vervult. De Raad voor de Kinderbescherming gaf aan dat omgang op termijn wenselijk kan zijn, maar dat het op dit moment onrust zou veroorzaken bij het kind.
Het hof oordeelde dat het gezamenlijk gezag onhoudbaar was vanwege het risico dat het kind klem komt te zitten tussen de ouders en dat het belang van het kind vraagt om eenhoofdig gezag bij de moeder. Ook werd vastgesteld dat omgang op dit moment ernstig nadeel kan opleveren voor het kind, mede door het loyaliteitsconflict dat het kind ervaart. Daarom werd het verzoek tot omgang afgewezen en het verzoek tot eenhoofdig gezag toegewezen.
Uitkomst: Het hof kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder en wijst het verzoek tot omgang van de vader af.