ECLI:NL:GHSGR:2009:BI7315
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mos-Verstraten
- Van Leuven
- Van der Kuijl
- Rechtspraak.nl
Vervallen machtiging tot uithuisplaatsing na niet-uitvoering gedurende drie maanden
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter betreffende de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van hun minderjarige kinderen.
De kinderen verbleven feitelijk op een onbekend adres buiten Nederland, waardoor de machtiging gedurende drie maanden niet ten uitvoer is gelegd. Jeugdzorg stelde dat de machtiging nog steeds geldig was omdat zij handelingen verrichtte om de machtiging uit te voeren, zoals verzoeken tot teruggeleiding en aanmelding bij een instelling.
Het hof oordeelde echter dat deze handelingen niet gelijk staan aan daadwerkelijke tenuitvoerlegging zoals bedoeld in de wet. Op grond van artikel 1:262 lid 3 BW Pro vervalt een machtiging tot uithuisplaatsing indien deze drie maanden niet wordt uitgevoerd. Hierdoor was de machtiging vervallen op het moment van beoordeling door het hof.
Daarom verklaarde het hof de ouders niet-ontvankelijk in hun hoger beroep en verwierp het de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de ouders niet-ontvankelijk omdat de machtiging tot uithuisplaatsing is vervallen na drie maanden niet-uitvoering.