ECLI:NL:GHSGR:2009:BI1562
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Husson
- Labohm
- Van der Zanden
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en alimentatie na echtscheiding
In deze zaak staat de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen centraal, evenals de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen de man en de vrouw na hun echtscheiding. De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank waarin alimentatiebedragen en de verdeling van goederen waren vastgesteld.
Het hof oordeelt dat de jongmeerderjarige sinds september 2008 in haar eigen levensonderhoud kan voorzien, waardoor haar alimentatie per die datum op nihil wordt gesteld. Voor de periode daarvoor wordt uitgegaan van de reeds betaalde bedragen. De draagkracht van de man wordt vastgesteld op een inkomen van €46.007 per jaar, waarbij rekening wordt gehouden met woonlasten en fiscale voordelen. Op basis hiervan wordt de kinderalimentatie vastgesteld op €320 per maand per kind vanaf 1 februari 2009. Partneralimentatie wordt afgewezen wegens onvoldoende draagkracht.
Ten aanzien van de huwelijksgoederengemeenschap bepaalt het hof dat de woning verkocht moet worden en de opbrengst na aftrek van hypotheek en kosten gelijk wordt verdeeld. De eenmanszaak van de man wordt aan hem toegedeeld, onder de verplichting om de schulden als eigen schuld te voldoen en de vrouw te vrijwaren. Het hof oordeelt dat er geen sprake is van goodwill omdat de winst normaal is. De bestreden beschikking wordt vernietigd en het hof stelt de alimentatie en verdeling conform deze overwegingen vast.
Uitkomst: De alimentatie voor minderjarigen wordt vastgesteld op €320 per maand per kind, de woning wordt verkocht en de onderneming aan de man toegedeeld onder voorwaarden.