ECLI:NL:GHSGR:2009:BI0640
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Bouritius
- Van Leuven
- Mink
- Rechtspraak.nl
Ontzegging omgangsrecht vader met minderjarige voor twee jaar wegens belangen minderjarige
In deze zaak verzoekt de vader, die geen gezag heeft over zijn negenjarige dochter, om een omgangsregeling. De rechtbank had dit verzoek afgewezen, waarna de vader in hoger beroep ging. De vader had de minderjarige erkend kort na haar geboorte, maar heeft de laatste jaren geen contact gehad vanwege persoonlijke problemen en detentie. De moeder en de andere gezagsdragers verzetten zich tegen omgang, stellende dat de minderjarige de vader niet kent en dat omgang nu niet in haar belang is.
Het hof overweegt dat het uitgangspunt is dat een niet-gezagsouder recht heeft op omgang, tenzij zwaarwegende belangen van het kind zich daartegen verzetten. De minderjarige kent haar vader niet en weet niet dat hij haar biologische vader is. De vader heeft een langdurige detentie achter de rug en moet eerst zijn leven op orde krijgen. Om die redenen is omgang nu niet in het belang van het kind.
Het hof ontzegt daarom de vader het recht op omgang voor de duur van twee jaar, ingaande op de datum van de uitspraak. In deze periode kan de moeder de minderjarige informeren over haar vader. Het hof vernietigt de eerdere beschikking voor zover deze het verzoek tot omgang afwees en bepaalt opnieuw dat omgang wordt ontzegd voor twee jaar. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vader wordt het omgangsrecht met de minderjarige ontzegd voor twee jaar wegens belangen van het kind.