ECLI:NL:GHSGR:2009:BI0241
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Nievelt
- Labohm
- van Dijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging onderhoudsbijdrage vader aan dochter wegens schending procesrecht
In deze zaak stond de vraag centraal of de voorzieningenrechter terecht een onderhoudsbijdrage aan de dochter had vastgesteld in een kortgedingprocedure. De vader stelde dat de voorzieningenrechter elementaire procesregels had geschonden, met name door het verweer van de dochter als een vordering in reconventie te behandelen en haar brief van de moeder toe te laten. Tevens was de motivering van het vonnis volgens hem onvoldoende.
Het hof oordeelde dat een kortgedingprocedure niet geschikt is voor een nieuwe inhoudelijke beoordeling van een onderhoudsbijdrage en dat de dochter een wijzigingsprocedure bij de rechtbank had moeten starten. Het hof benadrukte dat de rechter zich niet actief mag mengen in de procedure door een partij te adviseren een reconventionele vordering in te dienen. Omdat de dochter haar eis niet schriftelijk had ingediend, was sprake van schending van fundamentele procesbeginselen.
Verder verwierp het hof het incidenteel appel van de dochter wegens onvoldoende stelplicht. Gezien deze procesrechtelijke tekortkomingen vernietigde het hof het bestreden vonnis voor zover daarin de onderhoudsbijdrage was vastgesteld en wees het verzoek van de dochter in reconventie af. De proceskosten werden gecompenseerd zodat partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis dat de vader verplichtte een maandelijkse onderhoudsbijdrage te betalen en wijst de vordering van de dochter af.